Af en toe zetten we bij Transition Stories een klimaatheld in de schijnwerpers. Dit keer: Wouter Cyx, oprichter en drijvende kracht achter Transition Stories, ingenieur en beleidswetenschapper. In het jaarboek van VMx vertelt hij over samenwerken op bedrijventerreinen, het opbouwen van vertrouwen, en hoe kleine stappen grote impact kunnen hebben. Wij laten jullie hieronder graag meelezen met de originele tekst van VMx, dé beroepsvereniging voor milieuprofessionals.
WOUTER CYX OVER SAMENWERKEN OP BEDRIJVENTERREINEN
Ontmoet Wouter Cyx, ingenieur van opleiding, maar ook beleidswetenschapper. “Die combinatie – techniek én beleid – heeft mijn loopbaan gestuurd.” Het is een zin die veel verklaart. Want wie Wouter volgt, ziet een constante: ambities vertalen naar uitvoerbare plannen, en die plannen vervolgens ook gewoon dóen.
Hij startte bij VITO, met de omzetting van Europese richtlijnen rond energieprestatie van gebouwen naar Vlaamse, federale en Brusselse kaders. Daarna ging hij naar stad Antwerpen, waar hij strategische energieprojecten aan gebiedsontwikkeling koppelde. “Nieuwe wijken, gemengde stadsontwikkeling, bedrijventerreinen… en telkens dezelfde vraag: hoe maak je van een duurzame energieambitie een technisch-infrastructurele ingreep die werkt? Een warmtenet op restwarmte bijvoorbeeld. Weg van aardgas of stookolie.”
In 2019 volgde Transition Stories. “Wij begeleiden de opmaak van energie- en klimaatplannen en we organiseren hierin ook draagvlak bij politiek, burgers en bedrijven. Zo waren we onder meer actief in Antwerpen, Brugge, Oostende en Turnhout. En in veel trajecten gaan we ook mee in de uitvoering van de maatregelen (warmtenetten opzetten, energiegemeenschappen starten, verduurzaming van bedrijventerreinen enz.). Het doel is simpel: de strijd tegen klimaatverandering versnellen én de strategische autonomie van Vlaanderen en Europa versterken.”
De logica van schaal
Vanwaar die fascinatie voor bedrijventerreinen? Wouter: “Bedrijventerreinen zijn knooppunten van mensen, materialen, energie, … Door clustering ontstaat schaal, en schaal schept kansen. Restwarmte uitkoppelen, materiaalstromen uitwisselen, vrachtverkeer naar andere modi verschuiven, laadinfrastructuur delen, … Dingen die je als geïsoleerd bedrijf niet of moeilijk kan, worden soms wél realistischer als je het samen bekijkt.” Samenwerking is niet magisch. “Maar samenwerking is wel vaak een deel van de weg om tot oplossingen te komen. Hoe sneller we dat beseffen, hoe beter.”
Die samenwerking is geen wollige droom, maar tastbaar. “Je ziet het effect ook buiten het bedrijventerrein: veiligere fietspaden, betere voorzieningen, minder hinder. Dat tilt niet alleen het terrein, maar ook het ‘bruto nationaal geluk’ van de omgeving omhoog.”
“BEGIN KLEIN, MAAK HET ECHT, SCHAAL WAT WERKT”
Leren om te kunnen doen
Omdat samenwerkingen opzetten een vak apart is, bouwde Transition Stories een opleiding ‘Samenwerking op bedrijventerreinen’ uit. “We hebben onze inzichten van de voorbije jaren gebundeld: een digitaal platform voor de denkkaders, en drie fysieke dagen waarin je die vertaalt naar vaardigheden. Het publiek is divers: parkmanagers, bestuurders van terreinverenigingen, ondernemers, duurzaamheidsmanagers, maar evengoed mensen van lokale en provinciale diensten en duurzaamheidsambtenaren. Iedereen die voelt: ‘dit krijgen we alleen niet rond, hier is schaal voor nodig’.”
Het waarom is eenvoudig: versnipperde kennis leidt tot versnipperde actie. “In opdrachten merkten we: je kan nooit ‘heel het verhaal’ brengen. Dat kan nu wel: één consistent opleidingstraject, goed gedoseerd, voor iedereen die met bedrijventerreinen aan de slag wil.”
Bouw eerst aan vertrouwen
“Samenwerking op bedrijventerreinen kent drie trappen. Eerst het sociaal weefsel: elkaar leren kennen, kennis delen. Zonder dat, geen vertrouwen. Zonder vertrouwen, geen samenwerking.” Het is geen romantisch pleidooi voor netwerken om het netwerken zelf. “Als je wil dat mensen investeren in een bedrijvennetwerk, dan moet je op gerichte momenten écht meerwaarde creëren voor die deelnemers.”
De tweede trap is contractueel samenwerken: “Heel concreet: deelwagens voor dienstverplaatsingen, gedeelde cateringfaciliteiten, een groepsaankoop energiekeuringen. Dat regel je met afspraken en vergoedingen. Klein beginnen, snel leren.” En dan pas de derde trap: infrastructuur. “De dingen die tot de verbeelding spreken: gezamenlijke waterbuffers, directe elektrische lijnen, PV-uitwisseling, WKK, wind, warmtenetten. De grootste hefboom, maar ook de grootste complexiteit, zit in techniek, organisatie, juridische aspecten en financiering.”
“In één zin,” vat hij samen, “begin met iets concreets, maak het haalbaar, en zorg dat je kan doorschalen. Een langetermijnvisie is goed, maar maak het niet te groot op dag één.”
Case ECLUSE in de Antwerpse haven
Wie vraagt of het wel kan, krijgt een case. “Kijk naar de Waaslandhaven. Het ‘ECLUSE’-project: INDAVER levert restwarmte aan andere energie-intensieve havenbedrijven. Daardoor daalt hun aardgasverbruik fors. Het project is meer dan tien jaar geleden gestart na enkele jaren voorbereiding en wordt nu uitgebreid naar Evonik op de rechteroever van de Schelde in Antwerpen. De complexiteit van zo’n projecten is hoog; multinationals, complexe ondergrond, tunnels, leidingen, … Als samenwerken daar kan, kan het op vele plaatsen. Zeker op bepaalde KMO-terreinen, waar familiale bedrijven bereid zijn om op langere termijn te denken en in lokale persoonlijke relaties te investeren.”
Loopt Vlaanderen voor? “Niet achter, niet voor.”
Wouter wikt zijn woorden. “Ik heb er geen academische literatuur op kunnen nalezen. Maar na vijftien jaar zie ik dat we niet achterlopen, maar ook niet spectaculair voor. In Nederland zie je meer instrumenten die samenwerking lonend maken – bijvoorbeeld collectieve aansluitovereenkomsten, mede aangevuurd door elektrische netcongestie. In Vlaanderen bestaan hefbomen, onder meer via VLAIO, maar het landschap aan initiatieven is ook versnipperd per provincie en gemeente. Een algemeen Vlaams kader specifiek voor samenwerking op bedrijventerreinen is er vandaag niet.”
Moet de overheid dan “meer subsidie” geven? Hij schudt het hoofd. “Subsidie is één instrument. Waar ik vooral voor pleit: consistentie in kaders en instrumenten. Minder versnippering. Juridische kaders en financiële marktprikkels die collectieve businesscases mogelijk maken. Dáár zit de versnelling.”
De realiteitstoets
“Eerlijk? Van iedere honderd ideeën voor collectieve verduurzaming van bedrijventerreinen zijn er vandaag misschien tien à vijftien die je echt rond krijgt”, zegt Wouter zonder omhaal. “Wees streng op economische haalbaarheid.” Wie denkt dat de rest zomaar “mee wil doen”, krijgt er meteen een tweede realiteit bij. “Samenwerken kost tijd en vraagt openheid. Zorg voor een veilige gespreksomgeving, met duidelijke spelregels over data en vertrouwelijkheid.”
En dan de derde factor: mensen en momentum. “Je hebt de juiste profielen nodig – early adopters die van hun organisatie het mandaat, de draagkracht en de mindset hebben. En doorwerken op iets bestaands is altijd makkelijker dan uit het niets te moeten starten. Als er al een warmtenet ligt, is nummer twee aansluiten minder complex dan het allereerste spoor leggen. Dat is logisch.”
Ondertussen dwingen systeemprikkels samenwerking af. “Fluvius en Elia geven ook in Vlaanderen steeds meer indicaties van netcongestie op sommige momenten, dus zullen bedrijven steeds meer collectief moeten denken.
Wateroverlast door klimaatverandering waardoor loskades en straten onderlopen? Dan herteken je best samen het rioleringsbeheer met inbegrip van individuele of collectieve waterbuffers. Echte problemen en risico als drijfveren helpen vaak erg goed.”
Burgers als mede-investeerder
Burgercoöperaties kunnen trouwens ook acceleratoren zijn. “De voorbije tien jaar hebben ze vaak rugwind gegeven aan de energietransitie. Zij bouwen PV op bedrijfsdaken, zetten batterijen en WKK, realiseren wind. Met vallen en opstaan, maar met een democratisch mandaat: ‘Wij vinden dit relevant, het versterkt onze economie en verlaagt de voetafdruk.’”
Voor bedrijven met strikte investeringsprioriteiten is dat soms de ontbrekende factor. “Als PV zich niet binnen drie jaar terugverdient, presteert het niet altijd beter dan een productie-investering. Dan kan een coöperatie misschien wel die installatie bouwen en uitbaten, en neem jij de stroom af. Je imago wint, de buurt ziet concrete baten, en de transitie versnelt. We zitten nog lang niet aan het plafond van wat burgercoöperaties kunnen.”
Communicatie: van parkmanagement tot ambassadeurbedrijven
Loopt communicatie vanzelf? “Dat hangt af van wat er staat. Met een terreinvereniging en parkmanagement heb je vaak al een nieuwsbrief, rechtstreekse contacten en korte lijnen met overheden. Zonder die structuur kan je toch snel bereik bouwen: betrek de gemeente (dienst economie heeft een goed adressenboek), activeer één of twee ambassadeurbedrijven met autoriteit op het terrein, sluit aan bij wat Voka en UNIZO eventueel al lokaal doen. En vergeet voor concrete projecten ook de burgercoöperaties niet: zij hebben een trouwe achterban en een sterk kanaal.”
Cruciaal is omgevingsmanagement. “Historisch worden bedrijventerreinen geassocieerd met hinder. Dat los je niet op met één persbericht. Wees zorgvuldig, communiceer tijdig en transparant. En zorg dat de voordelen zichtbaar zijn: veilige fietspaden, pakjesautomaten, plekken om te lunchen. Dat tilt de beleving van werknemers, klanten én buren naar een hoger niveau.”
De rol van milieuprofessionals: inhoud + mandaat + verbinding
“Milieuprofessionals kennen de ins en outs van hun bedrijf. Ze weten waar energie, water en emissies zitten. Ze kunnen feit van fictie scheiden als iemand met een ‘geweldig idee’ afkomt. En als de organisatie beslist om met de buur samen te werken, worden zij vaak kern van het projectteam.”
Maar: ken je speelveld. “Weet wat je mandaat is. Waarover adviseer je, wat mag je beslissen, wanneer schaal je op naar directie of raad van bestuur? Dat houdt snelheid in het proces zonder je hand te overspelen. Breng inhoud én verbinding. Zorg dat de data kloppen, reken scenario’s door, benoem risico’s en maak de voordeelverdeling transparant. Dat is hoe je vertrouwen opbouwt – binnen je bedrijf én met de buren.”
Hoe begin je morgen?
“Ik hoop dat we met dit gesprek het bewustzijn kunnen verhogen: kijk voorbij je eigen poort. Samenwerking is niet zaligmakend, maar wel een bewezen onderdeel van de oplossing. Gooi het kind niet met het badwater weg. Voor bepaalde zaken is er échte winst te behalen door over de grenzen heen te kijken. Begin klein, maak het echt, en zorg dat je kan opschalen. De rest volgt.”
BRON: jaarboek VMx 2025 (fysiek exemplaar), meer info op https://www.vmx.be.
